Muziek podcast: Jessica Polak en Renadi Santoso
Auteursfoto: Jerome de Lint
In deze aflevering vertelt emeritus hoogleraar Emily Hemelrijk over haar boek Eindelijk vrij. Dat het Romeinse Rijk voor een groot deel draaide op slavenarbeid is algemeen bekend. Veel minder mensen weten dat er in de oudheid ook veel vrijgelatenen waren. Op basis van uniek onderzoek naar grafteksten en afbeeldingen die door of voor vrijgelaten vrouwen zijn gemaakt, schetst Emily in dit boek een fascinerend beeld van hun ambities, mogelijkheden en beperkingen.
Vroedvrouw of kapster, linnenweefster of muzikant, goudsmid, arts of winkelier: in de Romeinse wereld waren vrouwen in geschoolde beroepen bijna altijd vrijgelatenen. Tijdens hun leven in slavernij hadden ze een vak geleerd dat ze na vrijlating meestal bleven uitoefenen. Maar het nieuwverworven burgerschap leverde niet automatisch sociale acceptatie op.
Hun ervaringen in slavernij en hun levens na de vrijlating bieden een nieuwe en andere kijk op de Romeinse samenleving. De inspanningen die vrouwelijke vrijgelatenen moesten doen om hun beroep, huwelijk en moederschap te combineren en de vooroordelen die zij daarbij moesten overwinnen zijn ook in onze tijd nog altijd verrassend herkenbaar.
Terminologie
Emily kiest ervoor de terminologie aan te houden die binnen de oude geschiedenis gebruikelijk is. Ze spreekt niet over ‘tot slaaf gemaakten’ of ‘vrijgemaakten’, maar slaven en vrijgelatenen. Slavernij impliceert op zichzelf al een onnatuurlijke situatie, waarin iemand onvrijwillig en onder dwang tot bezit is gemaakt van een ander. Blijkens de definitie in de Digesta, een bloemlezing van teksten van Romeinse rechtsgeleerden, beseften de Romeinen dit zelf ook: ‘Slavernij is een instelling van het ius gentium (het bij alle volken geldende recht), waardoor iemand tegen de natuur in wordt onderworpen aan het eigendomsrecht van een ander.’ Dit besef stond de Romeinse slavernij niet in de weg.
Meer weten?
