De Limes in Duitsland: een bezoek aan Archeologisch Park Xanten

Nederland en Duitsland zijn buurlanden. Een overeenkomst is dat de Rijn door beide landen stroomt. In de Romeinse tijd was deze rivier de noordgrens van het Romeinse Rijk. Als je de Rijn naar het oosten volgt, kom je dus vanzelf langs allerlei interessante Romeinse plekken in Duitsland. Op 27 juni was ik samen met zo'n veertig Limes-liefhebbers in Archäologischer Park Xanten, oftewel Colonia Ulpia Traiana, zoals de stad in de Romeinse tijd heette. Deze dag werd georganiseerd door Romeinse Limes Nederland.

Het LVR Römermuseum

Het LVR Römermuseum

In de ochtend luisteren we naar een presentatie van Dr. Norbert Zieling. Hij vertelt ons dat alle reconstructies in het park precies op de plek zijn gebouwd waar het origineel onder de grond ligt. Voordat zo'n reconstructie wordt gebouwd, vindt er een archeologische opgraving plaats. Op deze manier verkrijgen ze de benodigde informatie voor de reconstructie. Dat is een werkwijze die we in Nederland volgens mij niet kennen. Denk maar aan Castellum Hoge Woerd waar het moderne castellum als het ware zweeft, zodat de archeologische resten onder de grond veilig worden bewaard voor de toekomst. Op plekken in het park waar faciliteiten zijn gebouwd, zoals een speeltuin, hebben ze er echter wel voor gezorgd dat de grond wordt opgehoogd ter bescherming van de archeologie.

lunch.JPG

We lunchen in de herberg waar we een stevige goulash soep krijgen met Romeins brood. 's Middags staan er rondleidingen op het programma. Ik heb gekozen voor een rondleiding in het LVR Römermuseum. We worden meegenomen door Stephan Quick, verantwoordelijk voor de educatie in het museum. Hij vertelt ons hoe ook hier is nagedacht over het gebouw. Het museum is onderdeel van het badhuis. In tegenstelling tot de rest van het park is hier geen reconstructie gebouwd, maar zijn de fundamenten van het badhuis zichtbaar gemaakt. Het moderne gebouw heeft echter wel de omvang en vorm van het originele badhuis. Het is duidelijk hoe groot het moet zijn geweest. Het museumgebouw is verbonden met het badhuis. Oorspronkelijk was dit de entree van het badhuis, een enorme hal waar waarschijnlijk allerlei winkeltjes of kraampjes waren gevestigd. Er was geen sprake van verdiepingen. Daarom is het museum heel open gebouwd. De verdiepingen lijken te zweven in het gebouw, waardoor de oorspronkelijke openheid zichtbaar blijft. De opbouw van het museum is chronologisch. Het verhaal begint in de Late IJzertijd en eindigt helemaal boven in het gebouw met de Late Oudheid op het moment dat de Franken de stad proberen te veroveren. Op weg naar boven kom je kabinetten tegen, waar belangrijke gebeurtenissen worden uitgelegd, zoals de Bataafse Opstand in 69 n.Chr.

Een bijzondere platbodem

Na de rondleiding sluit ik me aan bij archeoloog Sebastian Held. Hij kan wat dieper ingaan op bepaalde objecten. Zo weet hij me te vertellen waarom het Romeinse schip dat hier is te zien geen typisch transportschip is. De oorspronkelijk 15 meter lange platbodem heeft namelijk een bijzondere toevoeging aan de onderzijde van het schip. Tussen de planken is ijzerbeslag aangebracht. Dat doet vermoeden dat het schip recht op de oever werd gevaren. Het gaat hier dus om een pont die van de ene oever naar de andere oever voer om mensen en wellicht dieren naar de overkant te brengen.

2.JPG
3.JPG

Een Germaanse oorlogsgodin

Sebastian staat ook even stil bij een vitrine waar ik zo voorbij zou zijn gewandeld. Er liggen een heleboel kleine vondsten in, voornamelijk van metaal. Voor een deel zijn het brokken en stukken. Zo liggen er een paar bronzen vingers. Het verhaal achter deze vondsten blijkt interessant. Dankzij een gedeeltelijke inscriptie op een altaarsteen weten ze dat het om offers gaat voor een Germaanse krijgsgodin Vagdavercustis.  Vijftien kilometer ten noorden van de stad lag een Gallo-Romeinse tempel, gewijd aan deze godin. De legionairs die waren gelegerd in Colonia Ulpia Traiana bezochten de tempel om bescherming te vragen. Het klinkt een beetje als het verhaal van Nehalennia, eveneens een lokale godin die door de Romeinen werd overgenomen.

4.JPG

Het was een zeer geslaagde dag. Dankzij de rondleidingen ben ik veel meer te weten gekomen dan tijdens mijn individuele bezoek in 2015. Het park is volop in ontwikkeling. Dat maakt het interessant om elke paar jaar weer eens te gaan kijken.

Meer weten?

Aflevering 6: Inscripties vertellen over het leven van Romeinse vrouwen

In een artikel van het AD Groene Hart stond dat ik Emily Hemelrijk had geïnterviewd. Dit was niet het geval, maar het was voor mij een mooie aanleiding om haar alsnog te vragen. Emily’s onderzoek naar Romeinse vrouwen aan de hand van inscripties is namelijk ontzettend interessant. De uitkomsten van haar onderzoek zorgen voor een completer beeld van de Romeinse geschiedenis.

Emily vertelt me hoe ze indertijd is begonnen met onderzoek naar vrouwen aan de hand van literaire bronnen. Bronnen die bijna allemaal door mannen zijn geschreven. Dat schetst al een bepaald beeld. Daar komt bij dat ze door mannen uit de elite zijn geschreven en in veel gevallen gaan over vrouwen uit de elite. Dat wil zeggen als het überhaupt over vrouwen gaat. Inscripties bieden een veel ruimer sociaal scala, met name als het gaat om grafinscripties. Ze zijn neergezet voor iedereen die dat kon betalen. En dat kon vanaf de lagere middenklasse tot de allerhoogste klasse.

Een ander probleem met literaire bronnen is dat ze gaan over de stad Rome. In de tijd van de keizertijd, het begin van onze jaartelling, is het Romeinse Rijk een gigantisch rijk. Dat loopt van wat nu Engeland is tot wat nu Irak is. Al die steden zijn op een zeker moment Romeinse steden. De mensen die er wonen krijgen op een zeker moment Romeins burgerrecht. Daar wonen dan allemaal Romeinse vrouwen. Emily is benieuwd naar juist deze vrouwen in de provincies. Gold voor hen dezelfde vrij strikte moraal van een vrouw hoort slechts één keer getrouwd te zijn, hoort thuis te zitten, hoort te weven en te spinnen? En dan kun je volgens haar alleen naar inscripties gaan, dan heb je niets aan die literaire bronnen. Het onderzoek naar inscripties opent een enorme groep. De mensen buiten Rome en de mensen buiten de elite.

Redenen om een schenking te doen

Vrouwen lijken op mannen als het gaat om schenkingen. Rijke Romeinse dames wilden waarschijnlijk dat hun stad er mooi uitzag en schonken daarom een gebouw. Uiteraard leverde het hen zelf behoorlijk wat eer en prestige op. Dat gold voor mannen, die kregen dan een standbeeld op het forum, maar dat gold voor vrouwen net zo goed. Emily heeft ze met elkaar vergeleken. Zijn vrouwelijke weldoeners anders dan mannelijke weldoeners en hoeveel vrouwen zijn het ten opzichte van mannen? Dit onderzoek was behoorlijk lastig, omdat mannelijke weldoeners nooit geteld zijn. Bij sommige gebieden heeft ze daarom een steekproef genomen. Ze kwam op 10 tot 20% vrouwen ten opzichte van mannen die grote schenkingen deden. Dat is een minderheid. De schenkingen zelf zijn daarentegen hetzelfde, of het nu een man of een vrouw is. Er zijn schenkingen van een miljoen sestertiën of meer gedaan door vrouwen. Bijvoorbeeld fondsen die opgericht worden voor de opvoeding van kinderen. Tempels en (amfi)theaters die gebouwd worden of aquaducten en wegen die worden aangelegd. Een klein verschil is dat vrouwen iets vaker een tempel hebben neergezet. Deze uitkomst vond Emily opmerkelijk. In de literatuur staat dat vrouwen kleinere schenkingen gaven, dat is dus absoluut niet waar. Het zijn wel minder vrouwen, dat is het verschil.

Zijn er inscripties gevonden in het Limesgebied?

Een andere uitkomst was dat inscripties van of voor vrouwen vooral rond de Middellandse zee te vinden zijn en in Italië zelf. Hoe noordelijker, des te minder inscripties er worden teruggevonden. Daarvoor zijn meerdere redenen te bedenken. Er was bijvoorbeeld minder steen aanwezig. Er waren ook minder steden en ze waren minder rijk. Los daarvan richten minder vrouwen iets groots op voor hun stad in noordelijke provincies in vergelijking tot mannen. Er zijn nog wel enkele mannelijke weldoeners, maar veel minder vrouwen in vergelijking tot het Mediterrane gebied. De weinige vrouwen in de noordelijke regionen die een schenking hebben gedaan, hebben tempels opgericht.

Het Limesgebied is een militaire zone. We denken altijd meteen aan legerkampen vol mannen. Uit grafinscripties blijkt echter dat vrouwelijke familieleden meetrokken met het leger. Luister de podcastaflevering om meer te weten te komen over deze reizende vrouwen. En kom alles te weten over de beroepen dei Romeinse vrouwen uitvoerden.

5 jaar DOMunder

Net als Woerden is Utrecht begonnen als Romeins fort: castellum Traiectum. Bijzonder aan Utrecht is de attractie DOMunder. De tour brengt je 5 meter onder het Domplein, waar je oog in oog staat met 2000 jaar geschiedenis. DOMunder bestaat alweer 5 jaar en afgelopen zaterdag werd dat gevierd met allerlei activiteiten.

Rob van Rijnshoeven bij de kruiwagen

Rob van Rijnshoeven bij de kruiwagen

Ik heb me goed voorbereid op het programma. Om elf uur sta ik op het Domplein om mee te gaan met mijn eerste onderdeel: de kruiwagentour. Rob van Rijnsoever is onze enthousiaste gids. We worden meteen aan het werk gezet. We staan rond een kruiwagen met daarop een plattegrond en Rob vraagt waar we zijn. De Dom en de toren zijn een handig herkenningspunt. Rob wijst op de kaart naar de zuidpoort van het Romeinse fort. Aan ons de taak om deze plek op het huidige plein te vinden. Met de kruiwagen en een schop in de hand gaan we op weg.

De geschiedenis ligt op straat

De tour is ontzettend leuk. Rob is een echte grappenmaker wat voor een goede sfeer in de groep zorgt. We krijgen verschillende kaarten te zien van het plein door de geschiedenis heen. Voor onze ogen verandert het Romeinse fort in een ruïne, waarna er verschillende kerken worden gebouwd. Daar is op het huidige plein niets meer van te zien. Of toch wel? Als we goed kijken zien we dat het fort, maar ook de verschillende kerken in het plaveisel zijn weergegeven. Een leuk idee, maar niemand die het doorheeft volgens Rob. Hij maakt zijn punt door ons te wijzen op een groepje mensen dat op het plein loopt. Ineens roept hij: ‘BAM, nu lopen ze de kerk uit… BAM, nu lopen ze het fort uit.’ Zijn stem galmt over het plein en wij liggen dubbel van het lachen. Eerlijk is eerlijk, het plaveisel was ons absoluut niet opgevallen.

Van plattegronden naar het echte werk

Dankzij Rob weten we nu precies hoe het plein door de tijd heen is veranderd. Met deze nieuw verworven kennis kunnen we het echte werk gaan bekijken. We mogen met een sneakpreview van DOMunder II mee. We krijgen de introductiefilm te zien en krijgen uitleg over de verschillende lagen die we zien. We staan op de Romeinse bodem, 5 meter onder het huidige straatniveau en zien de verschillende bouwlagen. Heel slim worden we na deze introductie naar buiten geleid en krijgen we een kortingsbon mee voor een volledige tour.

Dompleinspel met Wout de Boer

dompleinspel.jpg

Terug op het plein word ik uitgenodigd om het Dompleinspel te spelen, een ganzenbord over 2000 jaar geschiedenis van het plein. En zo sta ik ineens met twee tieners en Wout de Boer (de nieuw zakelijk leider van DOMunder) te dobbelen op het plein. Het zit me helaas niet mee. Ik kom een paar keer op achterstand, al weet ik vervolgens toch terug te komen. Wout gaat er uiteindelijk met de winst vandoor. Ik maak van de gelegenheid gebruik om hem te vragen naar de toekomstplannen. Hij vertelt me dat ze een groter deel willen opgraven. In de twintigste eeuw zijn er verschillende opgravingen geweest op het plein en het huidige DOMunder heeft daar slechts een klein gedeelte van blootgelegd. Het plan is om in 2020 opgravingen te organiseren van steeds zes weken, waarbij het publiek wordt uitgenodigd om mee te helpen. Het lijkt me een mooie manier om ervoor te zorgen dat mensen zich meer betrokken voelen bij hun hun stad en de geschiedenis. Ik ben benieuwd of dat inderdaad zo uitpakt.

Een bijzondere muntschat

Bij de entree van DOMunder I bevindt zich het introductiegedeelte met een kleine tentoonstelling. Speciaal voor deze gelegenheid is daar nu een vroegmiddeleeuwse muntschat te zien. Tijdens de bouw van DOMunder is er opnieuw archeologisch onderzoek uitgevoerd en is er gebruik gemaakt van een metaaldetector. In de tijd van de oorspronkelijke opgravingen hadden ze die nog niet. In totaal zijn er zo’n 15.000 metaalvondsten gedaan, waaronder tientallen gouden en zilveren munten. De schat die vandaag te zien is, wordt streng bewaakt. Toevallig komt burgemeester Jan van Zanen net even een kijkje nemen. Ik luister naar de uitleg die hij krijgt over het verschil in goudgehalte. Dat is inderdaad goed te zien aan het verschil in kleur.

De vroegmiddeleeuwse muntschat

De vroegmiddeleeuwse muntschat

DOMunder in 1936?

Ik sluit af met een lezing van Joost Boomsma. We zitten in een kleine bouwkeet. Hij vertelt over de historie van het plein en besteedt met name aandacht aan de archeologische opgravingen in de twintigste eeuw. Tijdens een opgraving in 1936 ontstaat namelijk voor het eerst het idee voor een keldermuseum waar bezoekers de archeologische resten kunnen bewonderen. Albert van Giffen leidt deze opgraving en krijgt in mei bezoek van het Utrechts college van B&W. Burgemester Ter Pelkwijk is zo enthousiast dat hij het idee van een keldermuseum oppert. Het plan wordt in eerste instantie aangenomen door de gemeenteraad. Maanden later blijkt het plan echter onuitvoerbaar. Door de crisis is het budget veel te laag om de grote problemen rondom de bouw, ontwatering, ventilatie en conservering van de resten op te lossen. De opgravingsput wordt uiteindelijk dichtgegooid.

de kleder van Van Giffen.JPG

Toch een keldermuseum?

In 1949 krijgt Van Giffen de kans om op het binnenplein te graven van wat nu het UCK is. In de oorlog heeft de Duitse Wehrmacht daar een bunker gebouwd. Van Giffen denkt de ommuring van het Romeinse fort te vinden. Hij krijgt toestemming om zes weken op te graven tijdens de zomervakantie. En dan vindt hij inderdaad het fort. Van Giffen bouwt een gewelf om de muur heen en heeft zo alsnog zijn keldermuseum. Het wordt echter geen publieksplek. Alleen wat notabelen en archeologiestudenten bezoeken de plek door de jaren heen.

Dan is het natuurlijk extra bijzonder dat wij vandaag door het luik mogen afdalen. Het luik vormt een kleine uitdaging, maar dan sta ik oog in oog met de Romeinse muur, net als Van Giffen 70 jaar geleden. Natuurlijk heb ik al vaker Romeinse muurtjes gezien. En ze zien er allemaal hetzelfde uit. Maar de combinatie van het verhaal, een luik dat met drie man moet worden geopend en een steile afdaling, maakt het toch wel tot een belevenis.

Dromen over DOMunder

Joost Boomsma met de beruchte sleutel van het luik.

Joost Boomsma met de beruchte sleutel van het luik.

Theo van Wijk, de initiatiefnemer van DOMunder, hoort in 1985 voor het eerst over de kelder. Het verhaal van het luikje fascineert hem. Het valt echter niet mee om de sleutel te achterhalen. Uiteindelijk staat hij net als wij vandaag voor de Romeinse muur in het keldertje. Hij gaat zich verdiepen in het Domplein en ziet ook een bezoekerscentrum voor zich. Theo is van huis uit architect en hij maakt een plan voor het keldertje. Hij plaatst een glazen plaat in het plafond waardoor bezoekers de Romeinse muur onder hun voeten kunnen zien. Binnen twee weken gaat het echter mis. Door het licht groeien er varens en mos op de muren. Opnieuw eindigt de droom van een keldermuseum.

Maar van fouten kun je leren. Over het huidige DOMunder is 20 jaar nagedacht. Alle problemen van 1936 kunnen met de huidige technieken worden aangepakt. En om de archeologische resten optimaal te beschermen is het altijd donker in DOMunder. De bezoekers krijgen een lamp mee. En dat maakt deze attractie eigenlijk alleen maar spannender. Na wat ik vandaag allemaal heb gehoord, ga ik zeker nog een keer terug voor een archeologische tour. Ik weet zeker dat ik nu met hele andere ogen kijk naar dit bijzondere project.

Blog: NIGRVM PVLLVM en de Zwammerdamschepen

Slechts 20 minuten rijden vanaf Woerden ligt Zwammerdam. Dit kleine plaatsje vlak bij Bodegraven is in de archeologische wereld alom bekend dankzij de Romeinse schepen die begin jaren zeventig van de vorige eeuw zijn opgegraven. Op dinsdag zijn er tussen 14u en 16u gidsen aanwezig in het Limesbezoekerscentrum dat hier is gevestigd. Tijd voor een bezoek.

Mijn navigatiesysteem brengt me naar een huizenblok. Gelukkig zie ik net daarvoor een groot bord van Zorglocatie Hooge Burch, waar het Limesbezoekerscentrum is gevestigd. Ik sla rechtsaf en kom op een groot terrein uit. De parkeerplaats Nigrum Pullum, waar een groot bord met een Romeins schip staat, lijkt me een toepasselijke plek om te parkeren. Te voet volg ik de bordjes naar Café De Haven, waar het Limesbezoekerscentrum NIGRVM PVLLVM is gevestigd. De route is duidelijk aangegeven.

Limesbezoekerscentrum Nigrum Pullum in Grandcafé De Haven

Limesbezoekerscentrum Nigrum Pullum in Grandcafé De Haven

Al bij binnenkomst word ik meegenomen naar het verleden. Links op de wand zie ik zwart-wit foto's van de opgravingen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Rechts is een sfeerimpressie van de haven die langs het Romeinse fort lag. De vloer is extra bijzonder. Hier is het Romeinse vrachtschip de Zwammerdam 6 op ware grootte nagemaakt. Het schip nodigt me uit naar binnen en begeleidt me langs de tentoonstelling. Links is een winkeltje met Limes producten en daarachter het café. Rechts is volledig gewijd aan de Zwammerdamschepen, het fort en de Romeinse vondsten. De schaalmodellen van Mart Scheer (aflevering 2) hebben een mooie plek gekregen in een grote vitrine met andere schaalmodellen die ook vanaf buiten is te bezichtigen.

Schaalmodellen van de Zwammerdamschepen

Schaalmodellen van de Zwammerdamschepen

Mijn gids John de Vries (Het Genootschap NIGRVM PVLLVM)

Mijn gids John de Vries (Het Genootschap NIGRVM PVLLVM)

Ik word verwelkomd door een gids van Het Genootschap NIGRVM PVLLVM. Zijn naam is John de Vries en met veel enthousiasme vertelt hij me alles wat ik wil weten en meer. Zijn interesse gaat uit naar de militaire geschiedenis en de veroveringstochten van Julius Caesar, Drusus en Germanicus. John woont zelf in Bodegraven waar hij actief is op het gebied van de Romeinen. Hij begeleidt Limeswandelingen en schrijft af en toe een artikel voor de Stichting Historische Kring Bodegraven. Ook heeft hij een informatiebord over de Romeinen gemaakt, dat in het centrum van Bodegraven staat. Daarnaast is hij vrijwilliger in het museum bij Archeon en start hij binnenkort als gids voor de Zwammerdamschepen die daar live worden gerestaureerd. John heeft duidelijk een groot hart voor de Romeinen.

Samen met twee andere bezoekers gaan we vervolgens naar buiten en laat John ons de locatie van het fort zien. Dankzij de Peutingerkaart en de bekende plaatsen van forten in bijvoorbeeld Woerden en Alphen aan de Rijn, denkt men te weten dat dit fort Nigrum Pullum (zwarte aarde) is. Het is het kleinste fort langs de Limes in Nederland. Door middel van gekleurde vlaggen is de omvang van het fort weergegeven. Witte vlaggen laten zien waar de poorten lagen. Eén van de opgegraven gebouwen binnen het fort, de principia (het hoofdgebouw), is duidelijk te zien. De contouren zijn door middel van houten bankjes zichtbaar gemaakt.

John neemt ons mee naar Castellum Nigrum Pullum

John neemt ons mee naar Castellum Nigrum Pullum

Schildknop met inscirptie

Schildknop met inscirptie

Na de rondleiding bekijk ik de vitrines met Romeinse vondsten. Er liggen bijzondere objecten tussen, zoals een schildknop met inscriptie. Soldaten zetten hun naam op hun eigendommen. Deze schildknop is van eigenaar gewisseld. Hij was eerst van de ruiter Pupus en later van de ruiter Hahucus. Deze laatste naam is Germaans. Zulke inscripties vind ik altijd bijzonder, omdat er op dat moment een persoon aan is gekoppeld die zo’n 2000 jaar geleden echt heeft geleefd.

Dankzij mijn bevlogen gids John was dit een geslaagd bezoek. Het is bovendien een mooie tentoonstelling met duidelijke informatie. Zeker een bezoek waard. Mocht je tijd hebben om op dinsdagmiddag tussen 14u en 16u een bezoek te brengen aan Nigrum Pullum, dan zou ik dat zeker doen. De gidsen zijn aanwezig vanaf april t/m september.

Aflevering 4: De Brittenburg, een cold case uit de archeologie

Tom Buijtendorp is de auteur van meerdere publieksboeken op het gebied van de Romeinse tijd in de lage landen. Zo schreef hij eerder over keizer Trajanus, keizer Hadrianus en Julius Caesar. Nu is daar het boek en de tentoonstelling over de Brittenburg, een mysterieuze ruïne die eeuwen geleden in zee is verdwenen. Onduidelijke schetsen en kaarten uit de zestiende eeuw maakten dat er vele theorieën bestonden over het oorspronkelijke bouwwerk. Het leek een onopgeloste zaak, maar Tom denkt na jarenlang onderzoek deze archeologische cold case te hebben opgelost.

Tom Buijtendorp op de tentoonstelling in het Katwijks Museum

Tom Buijtendorp op de tentoonstelling in het Katwijks Museum

Elke keer als ik een presentatie van Tom bijwoon of één van zijn boeken lees, word ik meegezogen in één van zijn onderzoeken. Het is zeker een gave hoe hij steeds puzzelstukjes vrijgeeft en zo tot een conclusie of nieuw inzicht komt. Hij giet zijn onderzoek in de vorm van een reisboek en stimuleert de lezer om met het boek onder de arm de verschillende Romeinse resten te bezoeken die in zijn onderzoek een rol spelen.

Als een ware ambassadeur van ons Romeinse erfgoed oppert hij bovendien manieren om het Romeinse verleden zichtbaar te maken. Een mooi voorbeeld is zijn jarenlange onderzoek naar Forum Hadriani, een Romeinse stad bij Voorburg, waar hij als niet-archeoloog uiteindelijk op is gepromoveerd. De reconstructies van Romeinse winkels in het Archeon zijn een zichtbaar resultaat van dat onderzoek.

De Brittenburg

Misschien is het al opgevallen dat Tom Buijtendorp jarenlang onderzoek absoluut niet schuwt. Bovendien heeft hij een duidelijke voorkeur voor onopgeloste zaken. De Brittenburg spreekt tot de verbeelding, juist omdat het in zee is verdwenen. Als Zeeuwse ben ik me bewust van de strijd die we constant voeren tegen de zee. Zo is ook het land bij Colijnsplaat ooit afgebrokkeld en is de tempel van Nehalennia volledig in zee verdwenen. Bij toeval kreeg een visser in 1970 brokstukken in zijn netten. Drie jaar lang werd er onderzoek gedaan en werden er vele altaarstenen en onderdelen van de tempel opgevist.

Het onderzoek naar de Brittenburg is wat dat betreft een stuk lastiger. De ruïne is in zee verdwenen en ondertussen bedekt door een dikke laag opgespoten zand. Tom heeft daarom een andere weg bewandeld. Hij onderzocht historische bronnen en kaarten waarop ofwel de Brittenburg wordt vernoemd, ofwel Lugdunum, de Romeinse plaats waar het fort onderdeel van uitmaakte.

Tentoonstelling Katwijks Museum

Tentoonstelling en boek Brittenburg

Tegelijkertijd met de publicatie van het boek, verscheen in het Katwijks Museum een tentoonstelling waarin veel van de door Tom onderzochte bronnen bij elkaar te zien zijn. Zo wordt de bezoeker net als in het boek uitgenodigd om zelf op onderzoek uit te gaan en mee te kijken hoe Tom uiteindelijk tot zijn reconstructie van de Brittenburg komt. De tentoonstelling is nog t/m 25 mei te bezichtigen. Volgende week is de allerlaatste week, wacht dus niet te lang! 

Meer weten?